De Stier van Phalaris

De stoïcijnen staan van oudsher bekend om hun onbewogenheid tegenover zowel gevaar als plezier. Seneca, een van de grote namen van het Romeinse stoïcisme, raadt ons aan begeerte en vrees te laten varen, want “gelukkig is hij die tevreden is met zijn huidige lot, hoe dat ook mag zijn, en die positief staat tegenover de omstandigheden waarin hij verkeert; gelukkig is hij wiens rede hem zijn persoonlijke situatie doet accepteren.” Deze levenshouding lijkt lijnrecht tegenover het vaak als hedonistisch afgeschilderde Epicurisme te staan, waarin de mens niet meer dan de slaaf zou zijn van genot en smart, de twee onbetrouwbare tirannen die hem beurtelings in de macht houden. Maar Epicurus maakt het zelfs voor Seneca te bont wanneer hij beweert dat een werkelijk wijs man ook als hij geroosterd wordt in de Stier van Phalaris zou uitroepen: “O! Hoe aangenaam is het! Hoe weinig stoor ik mij er aan!” Dat moest grootspraak zijn.stiervanPhalaris

De Stier van Phalaris was een vernuftige uitvinding uit de zesde eeuw voor Christus met een ijzingwekkende reputatie als martelwerktuig. Het levensgrote beest was gegoten in brons, met een hol lichaam waar een luik toegang tot gaf. Een ingenieus systeem van buizen en kleppen vond een uitgang in de open mond van de stier. Het slachtoffer werd opgesloten in de buik, waarna een vuur werd opgestookt tussen de poten. Terwijl de stier veranderde in een bronzen oven transformeerde het buizensysteem de geslaakte kreten van doodsnood in een, volgens getuigen, verrassend melodieus en levensecht geloei. De tiran Phalaris schijnt het martelinstrument geregeld te hebben ingezet ter muzikale aankleding van zijn banketten. Een opstand maakte een eind aan het bewind van de despoot. Phalaris eindigde in zijn eigen Bronzen Stier.

Vermoedelijk nam Seneca de uitspraak te letterlijk, en gebruikte Epicurus de Bronzen Stier als illustratie voor zijn bewering dat we, zolang we onze wijsheid nog hebben, onder alle omstandigheden gelukkig kunnen zijn. De Stier diende slechts als de ergst denkbare situatie waarin we ons kunnen bevinden. De Stier lijkt, bijna 21 eeuwen later, nog dezelfde functie te hebben in een werk van Brissot. Brissot, aangehaald door Foucault in zijn Surveiller et punir, geeft zijn mening over de rol van de gevangenis in Frankrijk. De reguliere justitie maakte weinig gebruik van opsluiting, dat was het voorrecht van de koning, die middels geschreven geheime opdrachten buiten de rechtspraak om handelde. Foucault citeert Brissot: “Wat te denken van de geheime gevangenissen, uitgedacht door de verderfelijke geest van het absolutisme, en hoofdzakelijk bestemd voor de filosofen in wier handen de natuur haar fakkel heeft gelegd en die het wagen hun eeuw te verlichten, en voor die trotse en onafhankelijke zielen die niet de feilen van hun vaderland verzwijgen – gevangenissen die op bevel van geheimzinnige brieven hun onheilspellende poorten openen om hun ongelukkige slachtoffers voor eeuwig op te slokken. Wat te denken van deze brieven, meesterwerken van een vernuftige tirannie, die het voorrecht van elk burger om te worden gehoord alvorens hij wordt veroordeeld, negeren, en die voor de mensen duizendmaal bedreigender zijn dan de vinding van Phalaris.” De marteling van de Bronzen Stier van Phalaris was blijkbaar in 1781 nog steeds een begrip, en alleen de willekeur waarmee de absolute vorst mensen voor altijd kon laten opsluiten was erger. De Fransen weigerden zich neer te leggen bij het hun toebedeelde lot en kwamen niet veel later in opstand tegen de monarchie, tijdens de Franse Revolutie.Epicurus

Seneca werd op hoge leeftijd door zijn voormalige leerling Keizer Nero beschuldigd van deelname aan een complot met regicide als doel. Gevangenisstraf en de Bronzen Stier bleven hem bespaard. Nero beval hem zelfmoord te plegen. Volgens de overlevering onderging Seneca zijn lot op bewonderenswaardig onbewogen wijze, ook al vergde het een aantal pogingen en de toepassing van verschillende methoden om zijn leven te beëindigen. Hij had zich als goed stoïcijn allang verzoend met de dood, en ook pijn bracht hem niet van zijn stuk. Pijn, immers, “is licht als ik haar kan verdragen, kort als ik haar niet kan verdragen.” Maar aangenaam? Dat niet. Misschien voor die snoever van een Epicurus.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *