Een voor allen

Individualisme en collectivisme

De rol van frustratie in de massabewegingen van de 21e eeuw

 

Nationalisme, populisme, religieus fundamentalisme; massabewegingen spelen wereldwijd een grote rol in het begin van de 21e eeuw. Deze massabewegingen maken het belang van het individu ondergeschikt aan het belang van het collectief. Dit collectivisme staat recht tegenover het individualisme, dat individuele vrijheid en zelfontplooiing als de hoogste waarden beschouwt. Deze waarden zijn sinds de Verlichting diep verankerd in de liberalistische traditie van Europa en de Verenigde Staten.

Mensen zijn echter sociale wezens, met een grote behoefte aan sociale verbinding en de behoefte op te gaan in een groter geheel. Ontkerkelijking, en het verdwijnen van gilden, verenigingen en vakbonden, ontnemen het individu de mogelijkheid aan deze behoefte te voldoen. Ook het laatste Westerse stamverband, de familie, is niet meer het bastion van sociale cohesie dat het ooit was. Als individualisme niet wordt gebalanceerd door gemeenschappelijkheid in sociale netwerken, kan het leiden tot een gevoel van vervreemding, en tot frustratie. De zichtbare, groeiende ongelijkheid door kapitalisme, automatisering en globalisering draagt daar aan bij. Het recente Westerse idee dat het eigen leven in hoge mate maakbaar is, leidt bovendien tot perfectionisme, teleurstelling, zelfverwijt, en nog meer frustratie. Frustratie is nu juist de voornaamste voedingsbodem voor collectivistische massabewegingen, aldus Eric Hoffer in The True Believer.

Hoffer schreef The True Believer in 1951, nadat de massabewegingen van het fascisme, het nazisme en het communisme miljoenen slachtoffers hadden gemaakt, en pas na een lange bloedige oorlog verslagen waren. Het Japanse imperialisme eindigde pas na inzet van het ultieme massavernietigingswapen, de atoombom. Intussen was het Westen verwikkeld in een Koude Oorlog met het communisme. Deze massabewegingen, zag Hoffer, hadden als overeenkomst dat ze hetzelfde type mens aantrokken: de fanaat, aangetrokken tot collectieve actie, en bereid zijn leven te geven voor een groter goed. Volgens Hoffer komen deze eigenschappen voort uit frustratie met het eigen leven, de eigen incompetentie en tekortkomingen, het eigen falen. De gefrustreerde fanaticus zal elke kans aangrijpen zijn verafschuwde identiteit af te schudden, om op te gaan in een groter geheel. De fanaat weigert de verantwoordelijkheid voor het eigen falen te nemen, hij wenst juist vrijheid van vrijheid en verantwoordelijkheid. Een toename van gevoelens van inadequaatheid en ongewenstheid in de samenleving zou dus een waarschuwingssignaal moeten zijn, wil men de individuele vrijheden van het liberalisme verdedigen.

Het liberalisme verving oudere bestuursvormen gebaseerd op overerfbaarheid en door god gegeven soevereiniteit. De opstand tegen de Spaanse koning en de oprichting van de Republiek der Verenigde Nederlanden is daar een lokaal voorbeeld van. In Europa werden het recht op persoonlijke vrijheid, autonomie en vrijheid van godsdienst steeds belangrijker. De uiteindelijke secularisatie, het verdwijnen van de godsdienst, had twee belangrijke gevolgen.

Ten eerste leidde het tot een vacuüm van religieus collectivisme, dat wil zeggen dat het sociale netwerk van de kerkelijke gemeenschappen afbrokkelde. Bijvoorbeeld ten tijde van de Verzuiling in Nederland speelde het leven van individuen zich van geboorte tot sterven af binnen duidelijk afgebakende sociale groepen. Mogelijk beklemmend, maar ook een garantie voor sociale geborgenheid en eenheid.

Ten tweede kreeg, met het verdwijnen van de goddelijke voorzienigheid, het individu alle verantwoordelijkheid voor het eigen leven. Zonder predestinatie of  ondoorgrondelijke almachtige schepper is de mens zelf de regisseur van zijn slagen, en belangrijker, zijn falen. De keerzijde van vrijheid, immers, is eigen verantwoordelijkheid. Het moderne, ongelovige individu zag zijn vrijheid toenemen, maar zijn sociale netwerken oplossen, en voelde het gewicht van de verantwoordelijkheid voor slagen en falen vierkant op de eigen schouders rusten.

Ondertussen tekende zich een andere ontwikkeling af met onvoorziene gevolgen. Onder invloed van het opkomend kapitalisme verdween de traditionele Middeleeuwse klassenmaatschappij. Verticale sociale mobiliteit werd mogelijk, terwijl de samenleving meer egalitair werd. Ook dankzij het kapitalisme (en mogelijk het calvinisme) werden waarde en status van burgers voornamelijk gebonden aan inkomen, en succes of falen op dat gebied. De grotere sociale gelijkheid betekende echter niet een wijder verbreid geluk. Zoals Alexis de Toqueville opmerkte in de jonge Amerikaanse democratie, bleek het wegvallen van de duidelijk begrensde sociale stratificatie een bron van onvrede te zijn, omdat burgers hun in inkomen gemeten succes voortdurend vergeleken met anderen, nu ze zich niet langer gedwongen zagen zich te verzoenen met een onveranderlijke sociale orde. Met andere woorden: de verworven economische vrijheid, met bijbehorende verantwoordelijkheid voor eigen falen of slagen, leidde tot een pijnlijk zichtbare ongelijkheid tussen burgers onderling, waardoor afgunst en frustratie toenamen.

Het toenemende belang van werk voor de maatschappelijke status in kapitalistische samenlevingen, betekende ook dat mensen een professioneel imago moesten ontwikkelen om bazen, opdrachtgevers en klanten mee te benaderen. In de termen van Carl Jung heet een dergelijke façade een persona, Grieks voor masker. De persona is dus een sociaal wenselijke afspiegeling van de onderliggende ware persoonlijkheid. Een gezonde persona is flexibel, dat wil zeggen dat in diverse sociale situaties verschillende maskers kunnen worden gehanteerd. Een persona alleen gebaseerd op de professionele rol is niet flexibel, en dus niet gezond. Te sterke identificatie met de persona kan volgens Jung leiden tot een oppervlakkige, breekbare, conformistische persoonlijkheid, met een overdreven bezorgdheid over de mening van anderen. Dergelijke individuen zijn niet in staat tot zelfstandig kritisch denken, en dus veroordeeld tot acceptatie van de algemeen geldende opinie, wat die ook is.

 

Kortom, het opkomend kapitalisme, liberalisme, secularisatie en individualisme hebben in Europa als onbedoelde neveneffecten een afname van de sociale cohesie in de samenleving, afname van het vermogen tot kritisch denken, en een toename van de individuele frustratie. Een mogelijk gevolg hiervan is paradoxaal genoeg een grotere vatbaarheid voor massabewegingen. Dit is de prijs voor individuele rechten en vrijheden, en de kans op zelfontplooiing. Hoe hoog die prijs kan zijn, toont de geschiedenis van de 20e eeuw. We dienen te waken voor collectivisme, en haar voorbode, frustratie.

Maar de ongelijkheid tussen burgers, met name gemeten in inkomen, neemt inmiddels toe, mede onder invloed van globalisatie, automatisering en immigratie. Door automatisering verdwijnen banen, als eerste de banen die voornamelijk bestaan uit repetitieve handelingen. Er komen minder banen terug. Dit heeft tot gevolg dat de middenklasse krimpt, terwijl de onderklasse groeit.

In de dankzij internet en social media steeds transparanter wordende samenleving is deze toenemende ongelijkheid intussen zichtbaarder dan ooit. Het verlangen onzichtbaar op te gaan in de massa, of te schuilen in de geborgenheid van gelijkgestemden om het falen te verbergen kan niet voldoende worden vervuld. De transparante panopticon-samenleving met haar permanente vergelijking en beoordeling maakt dat onmogelijk. De ongelijkheid is groter en vele malen zichtbaarder dan in de tijd van De Toqueville. Falen is het grootste sociale stigma geworden. De frustratie groeit navenant.

In de liberalistische democratieën van Europa is tolerantie een groot goed. Immigratie is, volgens sommigen, onderdeel van een tolerant vreemdelingenbeleid. Maar immigratie kan ook leiden tot integratieproblemen, tot een influx van vreemde waarden en ideeën, en tot culturele verandering. Er kan een etnische scheiding ontstaan in de samenleving, resulterend in toenemend onbegrip, angst, en woede, zowel bij het autochtone als het allochtone deel van de bevolking. Terwijl het vooruitstrevende deel van de autochtone burgers zich identificeert met het globalisme, grijpt het meer behoudende deel terug naar nationalisme. En terwijl een deel van de immigranten blijft streven naar integratie, zoekt een deel in de eigen traditie naar identiteit, collectiviteit en verlossing van de frustratie van mislukte integratie.

Een aantal recentere ontwikkelingen kan de frustratie nog vergroten. Een daarvan is een moderne opvoed- en lesmethode, bestaand uit doorgeslagen positieve bekrachtiging. Onderdeel van deze methode is het voortdurend prijzen van alle prestaties van alle kinderen. Het slechts belonen van de beste prestaties is oneerlijk, alle kinderen verdienen de eerste prijs. Deze aanpak resulteert erin dat alle kinderen zichzelf bijzonder vinden, en zich voorbestemd voelen voor een uitzonderlijke carrière vol lof en bewondering: het zogenaamde special snowflake syndrome. Tegelijkertijd hebben deze mensen nooit geleerd om te gaan met tegenslag, waardoor ze mentaal fragiel zijn. Dit geldt met name voor millenials, die zo overtuigd zijn van hun status als uniek individu dat ze de alledaagse beslommeringen en problemen van een volwassen bestaan niet het hoofd kunnen, of willen, bieden. Natuurlijk is het niet mogelijk dat ieder kind speciaal is. Er bestaan grote verschillen in aanleg, talent en temperament tussen alle individuen. Die verschillen kunnen niet worden tenietgedaan door middel van opvoeding. Uitzonderlijkheid is niet maakbaar. De rol van het toeval kan niet worden ontkend.

In het begin van de 21e eeuw stak bovendien een oude beweging in een nieuwe gedaante de kop op. De maakbaarheidswens van het eigen leven, het eindstation van de eigen verantwoordelijkheid voor falen en slagen, bereikte het hoogtepunt in de film The Secret van Rhonda Byrne. In het kort komt de boodschap van The Secret erop neer dat mensen door middel van hun gedachten zowel gewenste zaken (geld, succes) als ongewenste (ziekte, falen) aantrekken. De menselijke behoefte aan controle (of de illusie daarvan) over het leven is niets nieuws. Het kende verschijningsvormen zoals offeren aan de goden, bidden en alchemie. Het idee echter, dat alle gebeurtenissen in het leven het rechtstreekse resultaat zijn van gedachten, waarmee de mens dus zelf alle controle heeft over succes en falen, legt de volledige verantwoordelijkheid en schuld bij de mens zelf. Dit is het volmaakte recept voor zelfverwijt en frustratie over het eigen onvermogen.

De Romeinse keizer Marcus Aurelius waarschuwde al dat mensen niet teveel waarde moesten hechten aan de mening van anderen, omdat dat slechts kon leiden tot ontevredenheid en frustratie. In deze tijden van wijdverbreid exhibitionistisch gebruik van social media geldt dat advies nog sterker. Temeer omdat de op social media getoonde profielen bijna uitsluitend jaloersmakend en onrealistisch succes tonen, en zeer zelden de onaantrekkelijke mislukking. De onvermijdelijke vergelijking met medeburgers is op deze manier altijd oneerlijk, en frustrerend. Wederom wordt het idee gevoed dat succes en falen een persoonlijke keuze zijn. Dankzij social media is het bovendien makkelijker dan ooit tevoren een persona te etaleren, louter gebaseerd op professioneel succes. Het gevaar dat mensen een ongezonde identificatie ontwikkelen met een dergelijke persona is groter dan ooit, met bijbehorende oppervlakkige, conformistische persoonlijkheid, meewaaiend op de wind van andermans mening. Een sterke persoonlijkheid is een vereiste voor kritisch denken en het ontwikkelen van een afwijkende mening.

De conclusie is weinig rooskleurig. Massabewegingen in allerlei gedaanten beheersen het toneel in de jonge 21e eeuw. Religieus geweld is een voor de hand liggend voorbeeld. Het opduiken van nationalistische ideeën (in de houding het Wilhelmus zingen) en waarden (“Aan alle Nederlanders; doe normaal of ga weg”) in meerdere partijprogramma’s tijdens de Nederlandse verkiezingen van 2017 is een ander voorbeeld. De social justice beweging is ook een collectivistische beweging, die meer waarde hecht aan de eigenschappen van sociale categorieën dan aan individuele kenmerken. Het gevaar bestaat dat de generatie die in deze eeuw opgroeit in het Westen niet alleen de bekende historische redenen voor frustratie zal hebben, maar daarbij nog een aantal redenen die typisch zijn voor deze tijd. De invloed en reikwijdte van globalisering, automatisering en social media zal vermoedelijk alleen nog toenemen. De latente frustratie groeit mee. De gebrekkige persoonlijke ontwikkeling, lage frustratietolerantie en het afnemend historisch besef van de millenials verergeren de situatie. Deze factoren voorspellen een snelle toename van het collectivisme, ten koste van individuele vrijheid en de Westerse liberalistische traditie. Hoffer schreef in 1951: “Het is deze dagen noodzaak enig inzicht te hebben in de motieven en reflexen van de ware gelovige. Want hoewel dit een goddeloos tijdperk is, is het verre van ongelovig. De mars van de ware gelovige klinkt overal, en zowel door bekering als door  strijd vormt hij de wereld naar zijn eigen beeltenis.” In 2017 geldt dit inzicht onverminderd.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *