Fanatismus

In het televisieprogramma Buitenspel (BNN, met Sophie Hilbrand en Khalid Boulahrouz) worden voetbalteams gevolgd die zich herhaaldelijk schuldig maken aan agressie binnen de lijnen. Het zesde elftal van V.V. Gestel is een dergelijk probleemteam. Het team bestaat voor een deel uit leden van de harde kern van PSV. Volgens de voorzitter hebben ze de scheidsrechter weleens ‘een draai om de oren gegeven’, en de spelers zijn onderling met elkaar op de vuist gegaan. Trainer Tinus ziet het probleem niet zo. Voetbal, immers, is emotie.

Voor het programma krijgen de teams training van een oud-voetballer. Dat lijkt Gestel 6 een goed idee, al zitten ze niet te wachten op begeleiding uit de hoofdstad. Teamleider Bert: “We zullen elke raad van elke speler wel op kunnen volgen, behalve van een Ajacied.” Trainer Tinus is minder genuanceerd: “Ik hoef hier geen jood te hebben. Die hoeft hier ook helemaal niet te komen.”

Het voetbal is hoofdzaak, maar als er gevochten wordt, is dat mooi meegenomen. Bert: “Ik heb altijd wel zin om te matten.” Tinus gaat geen tegenstander uit de weg.  “Je gaat voor de wedstrijd en wat erbij komt is leuk. En zie je ze, en ze willen iets, dan is het feest.” Het vijf jaar oude zoontje van teamleider Bert gaat mee naar alle wedstrijden van PSV. Frits, de vader van Bert, was in zijn jonge jaren ook een harde kernlid met een reputatie. Hij verkoopt PSV-sjaals op het stadionterrein. Over zijn kleinzoon zegt Frits: “Hij is nu al heel erg fanatiek voor zijn leeftijd.” Opa Frits lijkt eerder trots dan teleurgesteld.

Deze uitspraken lijken op het eerste gezicht niet opvallend en misschien zelfs onschuldig. Maar zijn ze dat ook? Victor Klemperer zou waarschijnlijk hebben gevonden van niet.

Professor Victor Klemperer (1881-1960) was een Duits-joodse taalkundige die vocht in de Eerste Wereldoorlog, hij zag het Nazisme  opkomen en overleefde het Naziregime alleen  dankzij zijn huwelijk met een Arische vrouw. Tijdens deze periode van dwangarbeid en niet aflatende treiterijen door de Gestapo analyseerde hij in zijn dagboeken het specifieke taalgebruik van de Nazi’s, na de oorlog uitgegeven als De Taal van het Derde Rijk. Klemperer wijdt een hoofdstuk speciaal aan het woord ‘fanatiek’. Het stamt af van fanum, latijn voor altaar of tempel, een fanaat was iemand gegrepen door religieuze vervoering. Het fanatisme was dan ook de gezworen vijand van de denkers van de Verlichting, die zich verweerden tegen iedere inperking van het gebruik van de rede. Het woord behield ook in het Duits een negatieve klank, maar werd door het Nationaal Socialisme, een beweging gebaseerd op fanatisme en de uitschakeling van het kritisch denken, gebruikt als compliment. Het verving deugden als moed, toewijding en doorzettingsvermogen. Klemperer: “Als iemand maar lang genoeg de woorden ‘heroïsch’ en ‘deugdzaam’ vervangt door ‘fanatiek’, dan zal hij uiteindelijk geloven dat een fanaat werkelijk een deugdzame held is, en dat niemand een held kan zijn zonder fanatisme.” Fanatisch en Fanatismus zijn in de taal van het Derde Rijk alomtegenwoordig.

Klemperer noteert een woord dat nog vaker wordt gebruikt door de Nazi’s dan fanatisch, namelijk: Der Jude. Der Jude, en het bijvoeglijk naamwoord jüdisch, werden door de Nazi’s gebruikt als de  universele naam van al het kwaad  dat er op uit was de raszuivere Ariër te vernietigen en waartegen hij zich moest verdedigen, en als benaming van alle vijanden van Duitsland. Die vijanden waren niet langer de Rus, de Engelsman of de Amerikaan, de vereenvoudiging ging nog een stap verder: het joods-Marxisme, het joods-kapitalisme en de joods-Amerikaanse belangen hadden allemaal dezelfde oorsprong: de Jood.

Waarschijnlijk heeft de identificatie van voetbalclub Ajax met joden niets te maken met bewust antisemitisme. Waarschijnlijk valt het gebruik van de benaming te verklaren uit de joodse geschiedenis van de stad Amsterdam en de voetbalclub Ajax, en is het de geuzennaam geworden van Ajacieden en Ajaxsupporters. Tegenstanders van Ajax, die de naam ‘joden’ negatief gebruiken, doen dat vrijwel zeker uit antipathie tegen de club en niet uit affiliatie met het Nazisme. Het is een overeenkomst die berust op louter toeval.

De menselijke neiging zich te verenigen in organisaties waarbinnen het individu ondergeschikt is aan het collectief, of te verlangen naar de macht van de groep, zelfs als die macht bestaat uit niets minder primitiefs dan intimidatie en geweld, kortom de drang terug te keren tot het tribalisme, is zo oud als de mensheid zelf. Het nationalisme van de 20e eeuw, een belangrijke drijfveer van het Nationaal Socialisme, is slechts een voorbeeld van dergelijk tribalisme. Niet al het tribalisme is per definitie Nazistisch, net zo min als de verheerlijking van geweld. Het omgekeerde geldt wel degelijk: tribalisme en geweldsverheerlijking zijn onmisbare bouwstenen van het Nazisme. Een toevallige overeenkomst.

Misschien is het waar dat voetbal emotie is, of dat alle sport emotie is, of misschien is het een onnadenkende uitspraak van een sporter of (erger!) een sportverslaggever. Dat wil niet zeggen dat een ieder die deze uitspraak onderschrijft direct kan worden aangemerkt als een gepassioneerde tegenstander van de rede. Het feit is wel dat de Nazi’s bewust grote nadruk legden op emotie, in een stelselmatige poging het kritische denken uit te bannen.

Het trotse of complimenteuze gebruik van het woord ‘fanatiek’, hoe beladen ook tijdens het Naziregime, wil niet zeggen dat opa Frits een sympathisant is van de Nazi’s, ook al gaat het over een klein kind dat van jongs af aan wordt geïndoctrineerd in een geweldscultus waarin wordt gevochten tegen de ‘joden’. Het is natuurlijk toeval, deze gelijkenis.

Al deze uitspraken van de spelers van Gestel 6 zijn gedaan in een andere periode en een geheel andere context dan de uitspraken die Klemperer opvielen ten tijde van het Naziregime. Waarschijnlijk zijn ze ook niet antisemitisch bedoeld, maar eerder onnadenkend. Desondanks zijn de overeenkomsten met de taal van het Derde Rijk verontrustend groot. Een woord dat Klemperer ziet ontstaan in de overgangsperiode na het verlies van de Nazi’s is Entnazifizierung (denazificatie). Het is een woord dat weer zal verdwijnen, hoopt Klemperer, omdat de situatie waarop het van toepassing is niet langer bestaat. Maar dat kan nog enige tijd duren, want “het zijn niet alleen de handelingen van de Nazi’s die zullen moeten verdwijnen, het is ook de Nazi geestestoestand, de typische Nazi manier van denken en de voedingsbodem daarvan: de taal van het Nazisme”.

Trainer Tinus is een luidruchtig type langs de lijn, soms staccato schreeuwend in geval van grote opwinding, en hij ziet veel om zich over op te winden. Het is vanzelfsprekend toeval, of gewoon onnadenkend, maar hij heeft een bijnaam binnen het team: de Führer.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *