panopticon

In Dave Eggers’ dystopische roman The Circle besluit hoofdpersoon Mae geheel ‘transparant te gaan’: ze draagt een camera op haar borst, waardoor haar handelingen de hele dag zijn te volgen. Deze situatie valt haar niet alleen minder zwaar dan verwacht, ze meent zelfs door de altijd aanwezige toeschouwers een betere versie van zichzelf te worden. Dankzij haar permanente zichtbaarheid gedraagt Mae zich beter dan ze in relatieve onzichtbaarheid zou doen. Ze doet haar werk beter, ze is vrolijker, guller en beleefder. Ze eet gezonder en drinkt nauwelijks alcohol – dat doet ze pas zodra de camera uit mag. In Mae’s geval zorgt moderne technologie voor een hogere morele standaard. Het achterliggende gedachte-experiment is echter veel ouder. Al in Plato’s De ideale staat (Politeia) wordt het verhaal van Gyges van Lydië verteld. Gyges vond een ring, die hem onzichtbaar kon maken. Toen hij zich eenmaal had vergewist van de werking van de ring, gebruikte hij zijn onzichtbaarheid om de koningin te verleiden en de koning te vermoorden, om zijn plek op de troon in te nemen. In De ideale staat vertelt Glaukon dit verhaal om de stelling te verdedigen dat mensen zich alleen moreel gedragen omdat ze niet sterk genoeg zijn onrecht te plegen. Zodra mensen ongestraft hun gang kunnen gaan, gaat alle moraliteit direct het raam uit. Glaukon vat het als volgt samen: ‘Een mens is van nature nu eenmaal egoïstisch en denkt uitsluitend aan zijn eigenbelang.’

In The Circle draagt niet alleen Mae een camera. Veel politici gingen haar voor, omdat ze niets te verbergen zouden moeten hebben voor de kiezers. Niet-transparante politici zijn per definitie onbetrouwbaar. Hoewel in het hier en nu slechts weinigen zichzelf een camera omhangen, worden de levens van alle mensen steeds transparanter. Deze transparantie is deels vrijwillig. De rol van social media groeit voortdurend en de selfiestick is een accessoire geworden waar niemand meer van opkijkt. Tegelijkertijd wordt het steeds makkelijker voor de overheid om de levens van individuen gedetailleerd in kaart te brengen. Het combineren van de opgeslagen gegevens van bijvoorbeeld internet- en telefoonaanbieders zorgt voor een grote onvrijwillige zichtbaarheid van het gedrag van individuele burgers. Maar in dit informatietijdperk ontkomt de overheid zelf ook niet aan de groeiende transparantie. Steeds vaker komen kleine en grotere geheimen aan het licht. En hoewel individuele politici geen camera hoeven te dragen, is zichtbaarheid van de overheid als geheel in een democratie zeer wenselijk.

Wat Mae en Glaukon betreft, is de zichtbaarheid van het individu een voorwaarde voor moreel gedrag. Dat begreep George Orwell’s totalitaire leider Big Brother maar al te goed. De functie van de in Nineteen Eighty-Four alomtegenwoordige telescreens is tweeledig: ze zenden onafgebroken staatspropaganda uit, en ze functioneren tegelijkertijd als camera. De individuele mens weet niet wanneer hij bekeken wordt, en dient zich dus op ieder moment te gedragen alsof zijn gedrag wordt beoordeeld. Het bestaan van de burger is bijna volledig transparant. Afwijkingen van de norm, geconstateerd door de geheime dienst, worden bestraft. Zichtbaarheid is niet zozeer de voorwaarde voor moreel gedrag, als voor gewenst gedrag.

panopticon

In zowel The Circle als in Nineteen Eighty-Four is de samenleving ingericht naar Benthams architectonische model, het Panopticon. Dit gebouw is ringvormig, met aan twee kanten ramen. In het centrum staat een wachttoren, van waaruit de cellen in de buitenring worden geobserveerd. Dankzij het tegenlicht zijn de bewoners van de cellen altijd volledig zichtbaar voor de wachter; de wachter is zelf nooit zichtbaar. Het panopticon kent vele toepassingen. De inrichting leent zich uitstekend voor de onafgebroken observatie van zieken, zonder het gevaar van besmetting; de prestaties van leerlingen kunnen worden beoordeeld zonder afkijken of ander bedrog, waardoor onvervuilde klassementen kunnen worden opgesteld. Behalve als ziekenhuis of als onderwijsinstituut zou een dergelijke opstelling bovendien bij uitstek gebruikt kunnen worden als gevangenis. Volgens Michel Foucault is het panopticon de ideale omgeving om de bewoners voortdurend te analyseren en te beoordelen, en zo nodig te corrigeren. Tegelijkertijd wordt de toepassing van de macht van de wachter geperfectioneerd. Eén wachter kan een groot aantal mensen observeren, met de voortdurende mogelijkheid in te grijpen voordat wandaden zich voordoen. Als dat al nodig is: permanente zichtbaarheid dwingt tot zelfcorrectie. Het is, volgens Bentham, ‘een nieuw en krachtig instrument om te besturen; zijn voortreffelijkheid berust op de geweldige kracht die het kan verlenen aan iedere instelling waar het wordt toegepast.’ Die instelling kan ook de gehele samenleving zijn. Voor voorbeelden hoeven we niet te kijken naar de fictieve samenlevingen uit dystopische romans. De meeste regeringen begrijpen dat informatie macht is, en met de beschikbare technologische middelen is de onvrijwillige transparantie van de burgers in het huidige Westen waarschijnlijk groter dan die van de bewoners van de voormalige DDR. Het is geen verrassing dat de Westerse geheime diensten, net als hun fictieve tegenhangers, op grote schaal informatie verzamelen en communicatie onderscheppen, om te monitoren op eventueel ongewenst gedrag.

leviathan

Net als in Foucault’s panopticon betekent deze eenzijdige transparantie dat de burger volledig is onderworpen aan de macht van de staat. Is dit een wenselijke situatie? Thomas Hobbes meende van wel. Hobbes pleitte voor een oppermachtig staatshoofd, wiens taak het was zijn onderdanen te weerhouden van hun moordlustige neigingen. Verslapping van de hoogste macht zou leiden tot een oorlog van allen tegen allen, dus een slechte absolute heerser is nog altijd beter dan geen heerser. Het mensbeeld van Hobbes is net zo negatief als dat van Glaukon. Beide menen dat mensen niet ongestoord hun gang mogen gaan, omdat ze dan direct zullen vervallen tot immoreel egoïsme.

Aan de moderne democratie ligt een positiever mensbeeld ten grondslag. De impliciete gedachte achter democratisch bestuur is dat mensen met vrijheid en zelfbeschikkingsrecht in staat zijn de juiste keuzes te maken. Socrates lijkt deze mening te delen. Hij brengt tegen Glaukons stelling in dat de mens die kiest voor immoreel handelen de slaaf is van zijn laagste driften, en onmogelijk gelukkig kan zijn. Dat kan immers alleen wanneer men zich laat leiden door de rede, onder alle omstandigheden – dus ook in geval van onzichtbaarheid. Voor deze mens is observatie en controle van buitenaf niet nodig, omdat hij uit intrinsieke motivatie moreel handelt.

In een democratie is geen sprake van een hobbesiaanse absoluut heerser en zijn onderdanen. Sterker nog, de burgers zijn in laatste instantie de machthebbers, en kunnen op elk moment geweldloos de zittende regering vervangen. Er is dus geen plek voor een panoptische machtsstructuur met surveillance vanuit de staat, maar eerder voor de omgekeerde situatie:surveillance vanuit de burgers. Alle besluiten die de volksvertegenwoordiging namens de burgers neemt, moeten verantwoord kunnen worden. In een democratie is transparantie van de burgers niet gewenst. Transparantie van de overheid des te meer, opdat het functioneren van de regering in alle facetten kan worden beoordeeld, gecorrigeerd en eventueel bestraft. De burger dient de vrijheid en dus de privacy te hebben om in alle creativiteit eigen initiatief te ontplooien. De staat moet met vertrouwen die ruimte bieden, met het risico dat het vertrouwen soms wordt beschaamd.

Dit artikel verscheen ook op de site van De Fusie: http://defusie.net/democratie-een-omgekeerd-panopticon/

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *