Een voor allen

Individualisme en collectivisme

De rol van frustratie in de massabewegingen van de 21e eeuw

 

Nationalisme, populisme, religieus fundamentalisme; massabewegingen spelen wereldwijd een grote rol in het begin van de 21e eeuw. Deze massabewegingen maken het belang van het individu ondergeschikt aan het belang van het collectief. Dit collectivisme staat recht tegenover het individualisme, dat individuele vrijheid en zelfontplooiing als de hoogste waarden beschouwt. Deze waarden zijn sinds de Verlichting diep verankerd in de liberalistische traditie van Europa en de Verenigde Staten.

Mensen zijn echter sociale wezens, met een grote behoefte aan sociale verbinding en de behoefte op te gaan in een groter geheel. Ontkerkelijking, en het verdwijnen van gilden, verenigingen en vakbonden, ontnemen het individu de mogelijkheid aan deze behoefte te voldoen. Ook het laatste Westerse stamverband, de familie, is niet meer het bastion van sociale cohesie dat het ooit was. Als individualisme niet wordt gebalanceerd door gemeenschappelijkheid in sociale netwerken, kan het leiden tot een gevoel van vervreemding, en tot frustratie. De zichtbare, groeiende ongelijkheid door kapitalisme, automatisering en globalisering draagt daar aan bij. Het recente Westerse idee dat het eigen leven in hoge mate maakbaar is, leidt bovendien tot perfectionisme, teleurstelling, zelfverwijt, en nog meer frustratie. Frustratie is nu juist de voornaamste voedingsbodem voor collectivistische massabewegingen, aldus Eric Hoffer in The True Believer.

Hoffer schreef The True Believer in 1951, nadat de massabewegingen van het fascisme, het nazisme en het communisme miljoenen slachtoffers hadden gemaakt, en pas na een lange bloedige oorlog verslagen waren. Het Japanse imperialisme eindigde pas na inzet van het ultieme massavernietigingswapen, de atoombom. Intussen was het Westen verwikkeld in een Koude Oorlog met het communisme. Deze massabewegingen, zag Hoffer, hadden als overeenkomst dat ze hetzelfde type mens aantrokken: de fanaat, aangetrokken tot collectieve actie, en bereid zijn leven te geven voor een groter goed. Volgens Hoffer komen deze eigenschappen voort uit frustratie met het eigen leven, de eigen incompetentie en tekortkomingen, het eigen falen. De gefrustreerde fanaticus zal elke kans aangrijpen zijn verafschuwde identiteit af te schudden, om op te gaan in een groter geheel. De fanaat weigert de verantwoordelijkheid voor het eigen falen te nemen, hij wenst juist vrijheid van vrijheid en verantwoordelijkheid. Een toename van gevoelens van inadequaatheid en ongewenstheid in de samenleving zou dus een waarschuwingssignaal moeten zijn, wil men de individuele vrijheden van het liberalisme verdedigen.

Het liberalisme verving oudere bestuursvormen gebaseerd op overerfbaarheid en door god gegeven soevereiniteit. De opstand tegen de Spaanse koning en de oprichting van de Republiek der Verenigde Nederlanden is daar een lokaal voorbeeld van. In Europa werden het recht op persoonlijke vrijheid, autonomie en vrijheid van godsdienst steeds belangrijker. De uiteindelijke secularisatie, het verdwijnen van de godsdienst, had twee belangrijke gevolgen.

Ten eerste leidde het tot een vacuüm van religieus collectivisme, dat wil zeggen dat het sociale netwerk van de kerkelijke gemeenschappen afbrokkelde. Bijvoorbeeld ten tijde van de Verzuiling in Nederland speelde het leven van individuen zich van geboorte tot sterven af binnen duidelijk afgebakende sociale groepen. Mogelijk beklemmend, maar ook een garantie voor sociale geborgenheid en eenheid.

Ten tweede kreeg, met het verdwijnen van de goddelijke voorzienigheid, het individu alle verantwoordelijkheid voor het eigen leven. Zonder predestinatie of  ondoorgrondelijke almachtige schepper is de mens zelf de regisseur van zijn slagen, en belangrijker, zijn falen. De keerzijde van vrijheid, immers, is eigen verantwoordelijkheid. Het moderne, ongelovige individu zag zijn vrijheid toenemen, maar zijn sociale netwerken oplossen, en voelde het gewicht van de verantwoordelijkheid voor slagen en falen vierkant op de eigen schouders rusten.

Ondertussen tekende zich een andere ontwikkeling af met onvoorziene gevolgen. Onder invloed van het opkomend kapitalisme verdween de traditionele Middeleeuwse klassenmaatschappij. Verticale sociale mobiliteit werd mogelijk, terwijl de samenleving meer egalitair werd. Ook dankzij het kapitalisme (en mogelijk het calvinisme) werden waarde en status van burgers voornamelijk gebonden aan inkomen, en succes of falen op dat gebied. De grotere sociale gelijkheid betekende echter niet een wijder verbreid geluk. Zoals Alexis de Toqueville opmerkte in de jonge Amerikaanse democratie, bleek het wegvallen van de duidelijk begrensde sociale stratificatie een bron van onvrede te zijn, omdat burgers hun in inkomen gemeten succes voortdurend vergeleken met anderen, nu ze zich niet langer gedwongen zagen zich te verzoenen met een onveranderlijke sociale orde. Met andere woorden: de verworven economische vrijheid, met bijbehorende verantwoordelijkheid voor eigen falen of slagen, leidde tot een pijnlijk zichtbare ongelijkheid tussen burgers onderling, waardoor afgunst en frustratie toenamen.

Het toenemende belang van werk voor de maatschappelijke status in kapitalistische samenlevingen, betekende ook dat mensen een professioneel imago moesten ontwikkelen om bazen, opdrachtgevers en klanten mee te benaderen. In de termen van Carl Jung heet een dergelijke façade een persona, Grieks voor masker. De persona is dus een sociaal wenselijke afspiegeling van de onderliggende ware persoonlijkheid. Een gezonde persona is flexibel, dat wil zeggen dat in diverse sociale situaties verschillende maskers kunnen worden gehanteerd. Een persona alleen gebaseerd op de professionele rol is niet flexibel, en dus niet gezond. Te sterke identificatie met de persona kan volgens Jung leiden tot een oppervlakkige, breekbare, conformistische persoonlijkheid, met een overdreven bezorgdheid over de mening van anderen. Dergelijke individuen zijn niet in staat tot zelfstandig kritisch denken, en dus veroordeeld tot acceptatie van de algemeen geldende opinie, wat die ook is.

 

Kortom, het opkomend kapitalisme, liberalisme, secularisatie en individualisme hebben in Europa als onbedoelde neveneffecten een afname van de sociale cohesie in de samenleving, afname van het vermogen tot kritisch denken, en een toename van de individuele frustratie. Een mogelijk gevolg hiervan is paradoxaal genoeg een grotere vatbaarheid voor massabewegingen. Dit is de prijs voor individuele rechten en vrijheden, en de kans op zelfontplooiing. Hoe hoog die prijs kan zijn, toont de geschiedenis van de 20e eeuw. We dienen te waken voor collectivisme, en haar voorbode, frustratie.

Maar de ongelijkheid tussen burgers, met name gemeten in inkomen, neemt inmiddels toe, mede onder invloed van globalisatie, automatisering en immigratie. Door automatisering verdwijnen banen, als eerste de banen die voornamelijk bestaan uit repetitieve handelingen. Er komen minder banen terug. Dit heeft tot gevolg dat de middenklasse krimpt, terwijl de onderklasse groeit.

In de dankzij internet en social media steeds transparanter wordende samenleving is deze toenemende ongelijkheid intussen zichtbaarder dan ooit. Het verlangen onzichtbaar op te gaan in de massa, of te schuilen in de geborgenheid van gelijkgestemden om het falen te verbergen kan niet voldoende worden vervuld. De transparante panopticon-samenleving met haar permanente vergelijking en beoordeling maakt dat onmogelijk. De ongelijkheid is groter en vele malen zichtbaarder dan in de tijd van De Toqueville. Falen is het grootste sociale stigma geworden. De frustratie groeit navenant.

In de liberalistische democratieën van Europa is tolerantie een groot goed. Immigratie is, volgens sommigen, onderdeel van een tolerant vreemdelingenbeleid. Maar immigratie kan ook leiden tot integratieproblemen, tot een influx van vreemde waarden en ideeën, en tot culturele verandering. Er kan een etnische scheiding ontstaan in de samenleving, resulterend in toenemend onbegrip, angst, en woede, zowel bij het autochtone als het allochtone deel van de bevolking. Terwijl het vooruitstrevende deel van de autochtone burgers zich identificeert met het globalisme, grijpt het meer behoudende deel terug naar nationalisme. En terwijl een deel van de immigranten blijft streven naar integratie, zoekt een deel in de eigen traditie naar identiteit, collectiviteit en verlossing van de frustratie van mislukte integratie.

Een aantal recentere ontwikkelingen kan de frustratie nog vergroten. Een daarvan is een moderne opvoed- en lesmethode, bestaand uit doorgeslagen positieve bekrachtiging. Onderdeel van deze methode is het voortdurend prijzen van alle prestaties van alle kinderen. Het slechts belonen van de beste prestaties is oneerlijk, alle kinderen verdienen de eerste prijs. Deze aanpak resulteert erin dat alle kinderen zichzelf bijzonder vinden, en zich voorbestemd voelen voor een uitzonderlijke carrière vol lof en bewondering: het zogenaamde special snowflake syndrome. Tegelijkertijd hebben deze mensen nooit geleerd om te gaan met tegenslag, waardoor ze mentaal fragiel zijn. Dit geldt met name voor millenials, die zo overtuigd zijn van hun status als uniek individu dat ze de alledaagse beslommeringen en problemen van een volwassen bestaan niet het hoofd kunnen, of willen, bieden. Natuurlijk is het niet mogelijk dat ieder kind speciaal is. Er bestaan grote verschillen in aanleg, talent en temperament tussen alle individuen. Die verschillen kunnen niet worden tenietgedaan door middel van opvoeding. Uitzonderlijkheid is niet maakbaar. De rol van het toeval kan niet worden ontkend.

In het begin van de 21e eeuw stak bovendien een oude beweging in een nieuwe gedaante de kop op. De maakbaarheidswens van het eigen leven, het eindstation van de eigen verantwoordelijkheid voor falen en slagen, bereikte het hoogtepunt in de film The Secret van Rhonda Byrne. In het kort komt de boodschap van The Secret erop neer dat mensen door middel van hun gedachten zowel gewenste zaken (geld, succes) als ongewenste (ziekte, falen) aantrekken. De menselijke behoefte aan controle (of de illusie daarvan) over het leven is niets nieuws. Het kende verschijningsvormen zoals offeren aan de goden, bidden en alchemie. Het idee echter, dat alle gebeurtenissen in het leven het rechtstreekse resultaat zijn van gedachten, waarmee de mens dus zelf alle controle heeft over succes en falen, legt de volledige verantwoordelijkheid en schuld bij de mens zelf. Dit is het volmaakte recept voor zelfverwijt en frustratie over het eigen onvermogen.

De Romeinse keizer Marcus Aurelius waarschuwde al dat mensen niet teveel waarde moesten hechten aan de mening van anderen, omdat dat slechts kon leiden tot ontevredenheid en frustratie. In deze tijden van wijdverbreid exhibitionistisch gebruik van social media geldt dat advies nog sterker. Temeer omdat de op social media getoonde profielen bijna uitsluitend jaloersmakend en onrealistisch succes tonen, en zeer zelden de onaantrekkelijke mislukking. De onvermijdelijke vergelijking met medeburgers is op deze manier altijd oneerlijk, en frustrerend. Wederom wordt het idee gevoed dat succes en falen een persoonlijke keuze zijn. Dankzij social media is het bovendien makkelijker dan ooit tevoren een persona te etaleren, louter gebaseerd op professioneel succes. Het gevaar dat mensen een ongezonde identificatie ontwikkelen met een dergelijke persona is groter dan ooit, met bijbehorende oppervlakkige, conformistische persoonlijkheid, meewaaiend op de wind van andermans mening. Een sterke persoonlijkheid is een vereiste voor kritisch denken en het ontwikkelen van een afwijkende mening.

De conclusie is weinig rooskleurig. Massabewegingen in allerlei gedaanten beheersen het toneel in de jonge 21e eeuw. Religieus geweld is een voor de hand liggend voorbeeld. Het opduiken van nationalistische ideeën (in de houding het Wilhelmus zingen) en waarden (“Aan alle Nederlanders; doe normaal of ga weg”) in meerdere partijprogramma’s tijdens de Nederlandse verkiezingen van 2017 is een ander voorbeeld. De social justice beweging is ook een collectivistische beweging, die meer waarde hecht aan de eigenschappen van sociale categorieën dan aan individuele kenmerken. Het gevaar bestaat dat de generatie die in deze eeuw opgroeit in het Westen niet alleen de bekende historische redenen voor frustratie zal hebben, maar daarbij nog een aantal redenen die typisch zijn voor deze tijd. De invloed en reikwijdte van globalisering, automatisering en social media zal vermoedelijk alleen nog toenemen. De latente frustratie groeit mee. De gebrekkige persoonlijke ontwikkeling, lage frustratietolerantie en het afnemend historisch besef van de millenials verergeren de situatie. Deze factoren voorspellen een snelle toename van het collectivisme, ten koste van individuele vrijheid en de Westerse liberalistische traditie. Hoffer schreef in 1951: “Het is deze dagen noodzaak enig inzicht te hebben in de motieven en reflexen van de ware gelovige. Want hoewel dit een goddeloos tijdperk is, is het verre van ongelovig. De mars van de ware gelovige klinkt overal, en zowel door bekering als door  strijd vormt hij de wereld naar zijn eigen beeltenis.” In 2017 geldt dit inzicht onverminderd.

Fanatismus

In het televisieprogramma Buitenspel (BNN, met Sophie Hilbrand en Khalid Boulahrouz) worden voetbalteams gevolgd die zich herhaaldelijk schuldig maken aan agressie binnen de lijnen. Het zesde elftal van V.V. Gestel is een dergelijk probleemteam. Het team bestaat voor een deel uit leden van de harde kern van PSV. Volgens de voorzitter hebben ze de scheidsrechter weleens ‘een draai om de oren gegeven’, en de spelers zijn onderling met elkaar op de vuist gegaan. Trainer Tinus ziet het probleem niet zo. Voetbal, immers, is emotie.

Voor het programma krijgen de teams training van een oud-voetballer. Dat lijkt Gestel 6 een goed idee, al zitten ze niet te wachten op begeleiding uit de hoofdstad. Teamleider Bert: “We zullen elke raad van elke speler wel op kunnen volgen, behalve van een Ajacied.” Trainer Tinus is minder genuanceerd: “Ik hoef hier geen jood te hebben. Die hoeft hier ook helemaal niet te komen.”

Het voetbal is hoofdzaak, maar als er gevochten wordt, is dat mooi meegenomen. Bert: “Ik heb altijd wel zin om te matten.” Tinus gaat geen tegenstander uit de weg.  “Je gaat voor de wedstrijd en wat erbij komt is leuk. En zie je ze, en ze willen iets, dan is het feest.” Het vijf jaar oude zoontje van teamleider Bert gaat mee naar alle wedstrijden van PSV. Frits, de vader van Bert, was in zijn jonge jaren ook een harde kernlid met een reputatie. Hij verkoopt PSV-sjaals op het stadionterrein. Over zijn kleinzoon zegt Frits: “Hij is nu al heel erg fanatiek voor zijn leeftijd.” Opa Frits lijkt eerder trots dan teleurgesteld.

Deze uitspraken lijken op het eerste gezicht niet opvallend en misschien zelfs onschuldig. Maar zijn ze dat ook? Victor Klemperer zou waarschijnlijk hebben gevonden van niet.

Professor Victor Klemperer (1881-1960) was een Duits-joodse taalkundige die vocht in de Eerste Wereldoorlog, hij zag het Nazisme  opkomen en overleefde het Naziregime alleen  dankzij zijn huwelijk met een Arische vrouw. Tijdens deze periode van dwangarbeid en niet aflatende treiterijen door de Gestapo analyseerde hij in zijn dagboeken het specifieke taalgebruik van de Nazi’s, na de oorlog uitgegeven als De Taal van het Derde Rijk. Klemperer wijdt een hoofdstuk speciaal aan het woord ‘fanatiek’. Het stamt af van fanum, latijn voor altaar of tempel, een fanaat was iemand gegrepen door religieuze vervoering. Het fanatisme was dan ook de gezworen vijand van de denkers van de Verlichting, die zich verweerden tegen iedere inperking van het gebruik van de rede. Het woord behield ook in het Duits een negatieve klank, maar werd door het Nationaal Socialisme, een beweging gebaseerd op fanatisme en de uitschakeling van het kritisch denken, gebruikt als compliment. Het verving deugden als moed, toewijding en doorzettingsvermogen. Klemperer: “Als iemand maar lang genoeg de woorden ‘heroïsch’ en ‘deugdzaam’ vervangt door ‘fanatiek’, dan zal hij uiteindelijk geloven dat een fanaat werkelijk een deugdzame held is, en dat niemand een held kan zijn zonder fanatisme.” Fanatisch en Fanatismus zijn in de taal van het Derde Rijk alomtegenwoordig.

Klemperer noteert een woord dat nog vaker wordt gebruikt door de Nazi’s dan fanatisch, namelijk: Der Jude. Der Jude, en het bijvoeglijk naamwoord jüdisch, werden door de Nazi’s gebruikt als de  universele naam van al het kwaad  dat er op uit was de raszuivere Ariër te vernietigen en waartegen hij zich moest verdedigen, en als benaming van alle vijanden van Duitsland. Die vijanden waren niet langer de Rus, de Engelsman of de Amerikaan, de vereenvoudiging ging nog een stap verder: het joods-Marxisme, het joods-kapitalisme en de joods-Amerikaanse belangen hadden allemaal dezelfde oorsprong: de Jood.

Waarschijnlijk heeft de identificatie van voetbalclub Ajax met joden niets te maken met bewust antisemitisme. Waarschijnlijk valt het gebruik van de benaming te verklaren uit de joodse geschiedenis van de stad Amsterdam en de voetbalclub Ajax, en is het de geuzennaam geworden van Ajacieden en Ajaxsupporters. Tegenstanders van Ajax, die de naam ‘joden’ negatief gebruiken, doen dat vrijwel zeker uit antipathie tegen de club en niet uit affiliatie met het Nazisme. Het is een overeenkomst die berust op louter toeval.

De menselijke neiging zich te verenigen in organisaties waarbinnen het individu ondergeschikt is aan het collectief, of te verlangen naar de macht van de groep, zelfs als die macht bestaat uit niets minder primitiefs dan intimidatie en geweld, kortom de drang terug te keren tot het tribalisme, is zo oud als de mensheid zelf. Het nationalisme van de 20e eeuw, een belangrijke drijfveer van het Nationaal Socialisme, is slechts een voorbeeld van dergelijk tribalisme. Niet al het tribalisme is per definitie Nazistisch, net zo min als de verheerlijking van geweld. Het omgekeerde geldt wel degelijk: tribalisme en geweldsverheerlijking zijn onmisbare bouwstenen van het Nazisme. Een toevallige overeenkomst.

Misschien is het waar dat voetbal emotie is, of dat alle sport emotie is, of misschien is het een onnadenkende uitspraak van een sporter of (erger!) een sportverslaggever. Dat wil niet zeggen dat een ieder die deze uitspraak onderschrijft direct kan worden aangemerkt als een gepassioneerde tegenstander van de rede. Het feit is wel dat de Nazi’s bewust grote nadruk legden op emotie, in een stelselmatige poging het kritische denken uit te bannen.

Het trotse of complimenteuze gebruik van het woord ‘fanatiek’, hoe beladen ook tijdens het Naziregime, wil niet zeggen dat opa Frits een sympathisant is van de Nazi’s, ook al gaat het over een klein kind dat van jongs af aan wordt geïndoctrineerd in een geweldscultus waarin wordt gevochten tegen de ‘joden’. Het is natuurlijk toeval, deze gelijkenis.

Al deze uitspraken van de spelers van Gestel 6 zijn gedaan in een andere periode en een geheel andere context dan de uitspraken die Klemperer opvielen ten tijde van het Naziregime. Waarschijnlijk zijn ze ook niet antisemitisch bedoeld, maar eerder onnadenkend. Desondanks zijn de overeenkomsten met de taal van het Derde Rijk verontrustend groot. Een woord dat Klemperer ziet ontstaan in de overgangsperiode na het verlies van de Nazi’s is Entnazifizierung (denazificatie). Het is een woord dat weer zal verdwijnen, hoopt Klemperer, omdat de situatie waarop het van toepassing is niet langer bestaat. Maar dat kan nog enige tijd duren, want “het zijn niet alleen de handelingen van de Nazi’s die zullen moeten verdwijnen, het is ook de Nazi geestestoestand, de typische Nazi manier van denken en de voedingsbodem daarvan: de taal van het Nazisme”.

Trainer Tinus is een luidruchtig type langs de lijn, soms staccato schreeuwend in geval van grote opwinding, en hij ziet veel om zich over op te winden. Het is vanzelfsprekend toeval, of gewoon onnadenkend, maar hij heeft een bijnaam binnen het team: de Führer.

 

panopticon

In Dave Eggers’ dystopische roman The Circle besluit hoofdpersoon Mae geheel ‘transparant te gaan’: ze draagt een camera op haar borst, waardoor haar handelingen de hele dag zijn te volgen. Deze situatie valt haar niet alleen minder zwaar dan verwacht, ze meent zelfs door de altijd aanwezige toeschouwers een betere versie van zichzelf te worden. Dankzij haar permanente zichtbaarheid gedraagt Mae zich beter dan ze in relatieve onzichtbaarheid zou doen. Ze doet haar werk beter, ze is vrolijker, guller en beleefder. Ze eet gezonder en drinkt nauwelijks alcohol – dat doet ze pas zodra de camera uit mag. In Mae’s geval zorgt moderne technologie voor een hogere morele standaard. Het achterliggende gedachte-experiment is echter veel ouder. Al in Plato’s De ideale staat (Politeia) wordt het verhaal van Gyges van Lydië verteld. Gyges vond een ring, die hem onzichtbaar kon maken. Toen hij zich eenmaal had vergewist van de werking van de ring, gebruikte hij zijn onzichtbaarheid om de koningin te verleiden en de koning te vermoorden, om zijn plek op de troon in te nemen. In De ideale staat vertelt Glaukon dit verhaal om de stelling te verdedigen dat mensen zich alleen moreel gedragen omdat ze niet sterk genoeg zijn onrecht te plegen. Zodra mensen ongestraft hun gang kunnen gaan, gaat alle moraliteit direct het raam uit. Glaukon vat het als volgt samen: ‘Een mens is van nature nu eenmaal egoïstisch en denkt uitsluitend aan zijn eigenbelang.’

In The Circle draagt niet alleen Mae een camera. Veel politici gingen haar voor, omdat ze niets te verbergen zouden moeten hebben voor de kiezers. Niet-transparante politici zijn per definitie onbetrouwbaar. Hoewel in het hier en nu slechts weinigen zichzelf een camera omhangen, worden de levens van alle mensen steeds transparanter. Deze transparantie is deels vrijwillig. De rol van social media groeit voortdurend en de selfiestick is een accessoire geworden waar niemand meer van opkijkt. Tegelijkertijd wordt het steeds makkelijker voor de overheid om de levens van individuen gedetailleerd in kaart te brengen. Het combineren van de opgeslagen gegevens van bijvoorbeeld internet- en telefoonaanbieders zorgt voor een grote onvrijwillige zichtbaarheid van het gedrag van individuele burgers. Maar in dit informatietijdperk ontkomt de overheid zelf ook niet aan de groeiende transparantie. Steeds vaker komen kleine en grotere geheimen aan het licht. En hoewel individuele politici geen camera hoeven te dragen, is zichtbaarheid van de overheid als geheel in een democratie zeer wenselijk.

Wat Mae en Glaukon betreft, is de zichtbaarheid van het individu een voorwaarde voor moreel gedrag. Dat begreep George Orwell’s totalitaire leider Big Brother maar al te goed. De functie van de in Nineteen Eighty-Four alomtegenwoordige telescreens is tweeledig: ze zenden onafgebroken staatspropaganda uit, en ze functioneren tegelijkertijd als camera. De individuele mens weet niet wanneer hij bekeken wordt, en dient zich dus op ieder moment te gedragen alsof zijn gedrag wordt beoordeeld. Het bestaan van de burger is bijna volledig transparant. Afwijkingen van de norm, geconstateerd door de geheime dienst, worden bestraft. Zichtbaarheid is niet zozeer de voorwaarde voor moreel gedrag, als voor gewenst gedrag.

panopticon

In zowel The Circle als in Nineteen Eighty-Four is de samenleving ingericht naar Benthams architectonische model, het Panopticon. Dit gebouw is ringvormig, met aan twee kanten ramen. In het centrum staat een wachttoren, van waaruit de cellen in de buitenring worden geobserveerd. Dankzij het tegenlicht zijn de bewoners van de cellen altijd volledig zichtbaar voor de wachter; de wachter is zelf nooit zichtbaar. Het panopticon kent vele toepassingen. De inrichting leent zich uitstekend voor de onafgebroken observatie van zieken, zonder het gevaar van besmetting; de prestaties van leerlingen kunnen worden beoordeeld zonder afkijken of ander bedrog, waardoor onvervuilde klassementen kunnen worden opgesteld. Behalve als ziekenhuis of als onderwijsinstituut zou een dergelijke opstelling bovendien bij uitstek gebruikt kunnen worden als gevangenis. Volgens Michel Foucault is het panopticon de ideale omgeving om de bewoners voortdurend te analyseren en te beoordelen, en zo nodig te corrigeren. Tegelijkertijd wordt de toepassing van de macht van de wachter geperfectioneerd. Eén wachter kan een groot aantal mensen observeren, met de voortdurende mogelijkheid in te grijpen voordat wandaden zich voordoen. Als dat al nodig is: permanente zichtbaarheid dwingt tot zelfcorrectie. Het is, volgens Bentham, ‘een nieuw en krachtig instrument om te besturen; zijn voortreffelijkheid berust op de geweldige kracht die het kan verlenen aan iedere instelling waar het wordt toegepast.’ Die instelling kan ook de gehele samenleving zijn. Voor voorbeelden hoeven we niet te kijken naar de fictieve samenlevingen uit dystopische romans. De meeste regeringen begrijpen dat informatie macht is, en met de beschikbare technologische middelen is de onvrijwillige transparantie van de burgers in het huidige Westen waarschijnlijk groter dan die van de bewoners van de voormalige DDR. Het is geen verrassing dat de Westerse geheime diensten, net als hun fictieve tegenhangers, op grote schaal informatie verzamelen en communicatie onderscheppen, om te monitoren op eventueel ongewenst gedrag.

leviathan

Net als in Foucault’s panopticon betekent deze eenzijdige transparantie dat de burger volledig is onderworpen aan de macht van de staat. Is dit een wenselijke situatie? Thomas Hobbes meende van wel. Hobbes pleitte voor een oppermachtig staatshoofd, wiens taak het was zijn onderdanen te weerhouden van hun moordlustige neigingen. Verslapping van de hoogste macht zou leiden tot een oorlog van allen tegen allen, dus een slechte absolute heerser is nog altijd beter dan geen heerser. Het mensbeeld van Hobbes is net zo negatief als dat van Glaukon. Beide menen dat mensen niet ongestoord hun gang mogen gaan, omdat ze dan direct zullen vervallen tot immoreel egoïsme.

Aan de moderne democratie ligt een positiever mensbeeld ten grondslag. De impliciete gedachte achter democratisch bestuur is dat mensen met vrijheid en zelfbeschikkingsrecht in staat zijn de juiste keuzes te maken. Socrates lijkt deze mening te delen. Hij brengt tegen Glaukons stelling in dat de mens die kiest voor immoreel handelen de slaaf is van zijn laagste driften, en onmogelijk gelukkig kan zijn. Dat kan immers alleen wanneer men zich laat leiden door de rede, onder alle omstandigheden – dus ook in geval van onzichtbaarheid. Voor deze mens is observatie en controle van buitenaf niet nodig, omdat hij uit intrinsieke motivatie moreel handelt.

In een democratie is geen sprake van een hobbesiaanse absoluut heerser en zijn onderdanen. Sterker nog, de burgers zijn in laatste instantie de machthebbers, en kunnen op elk moment geweldloos de zittende regering vervangen. Er is dus geen plek voor een panoptische machtsstructuur met surveillance vanuit de staat, maar eerder voor de omgekeerde situatie:surveillance vanuit de burgers. Alle besluiten die de volksvertegenwoordiging namens de burgers neemt, moeten verantwoord kunnen worden. In een democratie is transparantie van de burgers niet gewenst. Transparantie van de overheid des te meer, opdat het functioneren van de regering in alle facetten kan worden beoordeeld, gecorrigeerd en eventueel bestraft. De burger dient de vrijheid en dus de privacy te hebben om in alle creativiteit eigen initiatief te ontplooien. De staat moet met vertrouwen die ruimte bieden, met het risico dat het vertrouwen soms wordt beschaamd.

Dit artikel verscheen ook op de site van De Fusie: http://defusie.net/democratie-een-omgekeerd-panopticon/

De Stier van Phalaris

De stoïcijnen staan van oudsher bekend om hun onbewogenheid tegenover zowel gevaar als plezier. Seneca, een van de grote namen van het Romeinse stoïcisme, raadt ons aan begeerte en vrees te laten varen, want “gelukkig is hij die tevreden is met zijn huidige lot, hoe dat ook mag zijn, en die positief staat tegenover de omstandigheden waarin hij verkeert; gelukkig is hij wiens rede hem zijn persoonlijke situatie doet accepteren.” Deze levenshouding lijkt lijnrecht tegenover het vaak als hedonistisch afgeschilderde Epicurisme te staan, waarin de mens niet meer dan de slaaf zou zijn van genot en smart, de twee onbetrouwbare tirannen die hem beurtelings in de macht houden. Maar Epicurus maakt het zelfs voor Seneca te bont wanneer hij beweert dat een werkelijk wijs man ook als hij geroosterd wordt in de Stier van Phalaris zou uitroepen: “O! Hoe aangenaam is het! Hoe weinig stoor ik mij er aan!” Dat moest grootspraak zijn.stiervanPhalaris

De Stier van Phalaris was een vernuftige uitvinding uit de zesde eeuw voor Christus met een ijzingwekkende reputatie als martelwerktuig. Het levensgrote beest was gegoten in brons, met een hol lichaam waar een luik toegang tot gaf. Een ingenieus systeem van buizen en kleppen vond een uitgang in de open mond van de stier. Het slachtoffer werd opgesloten in de buik, waarna een vuur werd opgestookt tussen de poten. Terwijl de stier veranderde in een bronzen oven transformeerde het buizensysteem de geslaakte kreten van doodsnood in een, volgens getuigen, verrassend melodieus en levensecht geloei. De tiran Phalaris schijnt het martelinstrument geregeld te hebben ingezet ter muzikale aankleding van zijn banketten. Een opstand maakte een eind aan het bewind van de despoot. Phalaris eindigde in zijn eigen Bronzen Stier.

Vermoedelijk nam Seneca de uitspraak te letterlijk, en gebruikte Epicurus de Bronzen Stier als illustratie voor zijn bewering dat we, zolang we onze wijsheid nog hebben, onder alle omstandigheden gelukkig kunnen zijn. De Stier diende slechts als de ergst denkbare situatie waarin we ons kunnen bevinden. De Stier lijkt, bijna 21 eeuwen later, nog dezelfde functie te hebben in een werk van Brissot. Brissot, aangehaald door Foucault in zijn Surveiller et punir, geeft zijn mening over de rol van de gevangenis in Frankrijk. De reguliere justitie maakte weinig gebruik van opsluiting, dat was het voorrecht van de koning, die middels geschreven geheime opdrachten buiten de rechtspraak om handelde. Foucault citeert Brissot: “Wat te denken van de geheime gevangenissen, uitgedacht door de verderfelijke geest van het absolutisme, en hoofdzakelijk bestemd voor de filosofen in wier handen de natuur haar fakkel heeft gelegd en die het wagen hun eeuw te verlichten, en voor die trotse en onafhankelijke zielen die niet de feilen van hun vaderland verzwijgen – gevangenissen die op bevel van geheimzinnige brieven hun onheilspellende poorten openen om hun ongelukkige slachtoffers voor eeuwig op te slokken. Wat te denken van deze brieven, meesterwerken van een vernuftige tirannie, die het voorrecht van elk burger om te worden gehoord alvorens hij wordt veroordeeld, negeren, en die voor de mensen duizendmaal bedreigender zijn dan de vinding van Phalaris.” De marteling van de Bronzen Stier van Phalaris was blijkbaar in 1781 nog steeds een begrip, en alleen de willekeur waarmee de absolute vorst mensen voor altijd kon laten opsluiten was erger. De Fransen weigerden zich neer te leggen bij het hun toebedeelde lot en kwamen niet veel later in opstand tegen de monarchie, tijdens de Franse Revolutie.Epicurus

Seneca werd op hoge leeftijd door zijn voormalige leerling Keizer Nero beschuldigd van deelname aan een complot met regicide als doel. Gevangenisstraf en de Bronzen Stier bleven hem bespaard. Nero beval hem zelfmoord te plegen. Volgens de overlevering onderging Seneca zijn lot op bewonderenswaardig onbewogen wijze, ook al vergde het een aantal pogingen en de toepassing van verschillende methoden om zijn leven te beëindigen. Hij had zich als goed stoïcijn allang verzoend met de dood, en ook pijn bracht hem niet van zijn stuk. Pijn, immers, “is licht als ik haar kan verdragen, kort als ik haar niet kan verdragen.” Maar aangenaam? Dat niet. Misschien voor die snoever van een Epicurus.

Putin en de raaf

De relatie tussen Vladimir Putin en de Russisch-orthodoxe kerk lijkt de laatste maanden beter dan ooit. Priesters worden ingezet om wapentuig te zegenen, en Patriarch Alexy II heeft het voortduren van Putin’s macht na het aflopen van zijn presidentiële ambtstermijn “een grote zegen voor Rusland” genoemd. De verstandhouding tussen de Russisch-orthodoxe kerk en het despotisme kent een lange en onfrisse geschiedenis.

266px-Nicholas_II,_Tsar

Ooit waren de tijden anders. Na het verjagen van Tsaar Nicolaas II in de Russische revolutie van 1917 besloot Lenin kerk en staat rigoureus te scheiden. Hij zag het geloof als een middel voor de hogere klasse om de lagere uit te buiten. Lenin beschouwde religie niet alleen als opium voor het volk, maar ook als “een soort geestelijke alcohol, waarin de slaven van het kapitaal hun mensbeeld kunnen verdrinken, en hun eis voor een min of meer menswaardig bestaan.” Aanvankelijk werd de systematische onderdrukking van het geloof door Lenin’s opvolger Stalin voortgezet, totdat in 1943 de steun van de kerk nuttig bleek om het Russische volk te mobiliseren in de strijd tegen Duitsland, en Stalin enkele concessies deed.

In George Orwell’s Animal Farm is de raaf Moses de personificatie van de Russisch-orthodoxe kerk, met zijn verhalen over een mysterieus land net achter de wolken, waar het elke dag zondag is en suiker en koek aan de heg groeien. Wanneer boer Jones en zijn vrouw van de boerderij worden verjaagd gaat Moses met ze mee. Het kost de varkens, die de macht hebben overgenomen, de grootste moeite de andere dieren te overtuigen dat de vertelsels van Moses niet waar zijn. Een paar jaar na de revolutie verschijnt de raaf weer op de boerderij. Nog steeds doet hij geen werk op de boerderij en vertelt hij dezelfde verhalen. De varkens tolereren hem ditmaal en belonen hem dagelijks met bier.

Orwell zei ooit over de kerk: “de zwarte raaf van het priesterschap – belooft taart in de lucht na je dood, en dient trouw wie er dan ook aan de macht is.”putin

Plato en The Lego Movie

In The Lego Movie (2014) bindt een talentloze Legolandbewoner de strijd aan met de slechte Lord Business. De tijd dringt, want Lord Business is van plan het Lego universum onveranderbaar te maken en zo alle creativiteit uit te bannen. Zijn geheime wapen: een tube lijm. Hoe kinderachtig het conservatieve plan van deze slechterik op het eerste gezicht misschien lijkt, het verschilt in essentie weinig van de ideeën over de ideale samenleving van de meest bewierookte filosoof aller tijden, Plato. Tenminste, dat is de kritiek die Plato krijgt van Karl Popper in diens De open samenleving en haar vijanden.
Volgens Plato was vroeger alles beter. Dat gold met name in de politiek. In Plato’s Athene liep het volk te hoop voor de nieuwste trend: democratie. Maar het Atheense democratische experiment was volgens Plato niet meer dan de laatste stap in de degeneratie van de maatschappij. De aristocratie, de ideale samenleving, lag ver in het verleden. Het dichtst in de buurt kwam de timocratie, waarin eer de belangrijkste waarde is. Plato bewonderde de oorlogszuchtige stadstaat Sparta, een samenleving waarin de opvoeding van de vrije mannen alleen draaide om moed en krijgskunst. Spartaanse mannen kenden slechts een beroep, dat van soldaat. Bij de geboorte werden kinderen door de ouderenraad geïnspecteerd op mankementen, en onwaardige exemplaren werden direct in de Apothetae geworpen. Jongens die deze primitieve vorm van eugenetica overleefden waren veilig tot hun zevende jaar, waarna ze onderdeel werden van de verplichte staatsopvoeding. Die was erop gericht van de jongen de best mogelijke krijger te maken, en daarbij werd geen middel geschuwd. Honger, lijfstraffen en niet aflatende tucht zorgden ervoor dat de Spartaan op zijn twintigste een gedisciplineerde en fysiek geharde strijder was, en bovenal: een solide onderdeel van de Spartaanse oorlogsmachine, de falanx. De falanx was slechts effectief zolang de schilden van de soldaten bleven overlappen. Het was van vitaal belang dat iedere soldaat zijn plek kende en hield. In de falanx bestond geen ruimte voor individuele kwaliteiten. Het individu was altijd ondergeschikt aan het geheel. Dat was het hoogste doel van de Spartaanse staatsinrichting. De Spartaanse maatschappij kan met recht worden beschouwd als de prototypische fascistische samenleving.

legofalanx
Plato had met name waardering voor de duidelijke klassenstructuur van Sparta. De Spartanen waren voltijd soldaat en werkten niet met hun handen. De bevolking in de gebieden rond Sparta bestond uit onderworpen slaven, heloten, die het werk deden. Deze situatie kwam dicht in de buurt van Plato’s ideale samenleving, bestaande uit de klassen van werkers, wachters en heersers. De indeling in klassen was praktisch onveranderlijk, want Plato beschouwde rechtvaardigheid niet als bijvoorbeeld gelijkheid van individuen voor de wet, maar als: het individu moet zijn plaats in de samenleving kennen en tevreden zijn. Het uitsluiten van maatschappelijke verandering moet voorkomen dat de staat nog verder verwijderd raakt van de ideale maatschappij die het ooit was. Elke verandering van een ideale situatie is immers per definitie een verslechtering. De kritiek van Popper op Plato, in de jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw, luidde dat Plato’s totalitaire en fascistoïde denken had bijgedragen aan de totstandkoming van de totalitaire regimes van Popper’s tijd. Popper verdedigt de liberale democratie, waarin individualisme belangrijker is dan collectivisme, en waarin de burgers inspraak hebben op de regels waar ze zich aan moeten houden. Een dergelijke samenleving moet altijd kunnen veranderen, en biedt geen plaats aan Plato’s bevroren samenleving, of aan de tube lijm van Lord Business.
In The Lego Movie blijkt dat Lord Business het door een jongetje bedachte lego-alter ego is van zijn vader. De vader was daadwerkelijk van plan zijn legostad te vereeuwigen door de blokjes vast te lijmen. De film kent een hartverwarmend einde als de vader afziet van zijn plan en zijn zoon de ruimte geeft om zijn schepping te veranderen, af te breken, en iets nieuws te creëren.

The Circle

Met name voor Engelse lezers was George Orwell’s Nineteen Eighty-Four een van de meest angstaanjagende boeken van de twintigste eeuw, onder andere omdat het verhaal zich afspeelt in een voor hen zeer herkenbare omgeving, het door de Tweede Wereldoorlog geteisterde Londen. In Dave Eggers’ dystopische roman The Circle (2013) levert het huidige digitale landschap, met name de voortdurend groeiende rol van social media, de achtergrond voor de verontrustende ontwikkelingen. Is dit werk van hetzelfde kaliber als Nineteen Eighty-Four? Nee, dat is het niet. Maar de poging telt.

Eggers beschrijft een situatie waarin een internetbedrijf, the Circle, het monopolie op alle digitale informatie in handen krijgt. Sharing is caring leert the Circle haar medewerkers en de mensheid. Uiteindelijk streeft het bedrijf naar een volledig transparante wereld, waarin al het menselijk handelen voor iedereen zichtbaar is en wordt becommentarieerd. Dit doel zal worden bereikt met het zogenaamde sluiten van de cirkel.

De lezer leert the Circle kennen door de ogen van Mae, net aangenomen bij het bedrijf dankzij oud-studiegenoot Annie. Annie heeft een relatief hoge positie binnen the Circle. Mae is jong en naïef, en zeer vereerd met de kans die ze krijgt. The Circle is opgericht door Ty, een computergenie met het oorspronkelijke idee internetgebruik eenvoudiger te maken door de toepassing van een account per persoon, met een wachtwoord. Dit account, TruYou genaamd, sluit anoniem surfen weliswaar uit, maar dat heeft het voordeel dat het internet direct een beschaafdere plek wordt. De troll is verleden tijd. Ty vormt samen met twee anderen de Wise Men, de opperbazen van the Circle. Bailey is het menselijke gezicht van het bedrijf, Stenton de zelfbenoemde Capitalist Prime.

Samen met Mae zien we the Circle in korte tijd groeien tot een octopus met wereldomvattende tentakels, via een programma als SeeChange, dat het wereldwijde gebruik van kleine camera’s promoot, en ChildTrack, dat ontvoeringen tegengaat door bij kinderen een GPS-zender in te bouwen. Baas Bailey introduceert de meeste van de nieuwe uitvindingen. Hij lijkt oprecht te geloven dat de wereld beter wordt door het delen van informatie, en dat veiligheid belangrijker is dan privacy. Ondanks protest van haar ouders en ex-vriend Mercer gaat Mae volledig op in de ontwikkelingen. Haar bestaan draait al snel om digitale informatie, op de hoogte blijven, oordelen en beoordeeld worden. Aan het eind van Boek I speelt Mae’s leven zich bijna geheel af op de campus van the Circle, heeft ze negen schermen op haar bureau om bij te blijven, een armbandscherm om haar lichamelijke gezondheid te meten, en krijgt haar vader de beste MS-behandeling die het bedrijf kan betalen (inclusief camera’s in huis om de zorg te optimaliseren). In navolging van een groeiend aantal politici wordt ze bovendien transparant, wat wil zeggen dat ze een camera op haar borst draagt om al haar ervaringen te delen met de wereld. Inmiddels zijn de bedrijfsleuzen niet meer alleen Sharing is caring, maar ook Secrets are lies en Privacy is theft. Mae staat volledig achter deze filosofie. Zelfs haar laatste momenten van zelfgekozen afzondering, tijdens het kajakken, offert ze op voor volledige transparantie.

sousveillance

De opeenvolging van technologische ontwikkelingen die, vanuit de beste bedoelingen, de privacy steeds meer beperken, is niet onvoorstelbaar. Grenzend aan het ongeloofwaardige is echter de volgzaamheid van Mae, die niet in staat blijkt tot enige mate van kritisch denken. Tegengeluiden van haar ouders en ex Mercer wijdt ze aan hun gebrek aan participatie in de glorieuze nieuwe wereld. Een door een senator geleid onderzoek tegen the Circle, het grootste internetbedrijf ter wereld, wordt de kop ingedrukt op de meest voorspelbare en clichématige manier denkbaar – zelfs de niet-lezer kan direct raden welke.

 

Daarnaast heeft Mae grote behoefte aan de lichamelijke aandacht van haar collega’s, zo blijkt op de eerste bedrijfsborrel. Dit wordt wellicht versterkt door haar lachwekkende alcoholtolerantie. Binnen de kortste keren maakt ze nader kennis met twee verschillende mannen: de onzekere Francis (kampend met een ernstige vorm van voortijdige ontlading), en de mysterieuze Kalden. Het lijkt erop dat Mae’s voornaamste drijfveer bevestiging is. Ze zoekt voortdurend bevestiging in de beoordeling die ze krijgt van klanten, collega’s en onbekenden. De telkens terugkerende beloning na afronding van elk taakje of sociaal-digitale handeling doet sterk denken aan de beloningsstructuur die sommige computerspellen zo verslavend maakt. Op Mae’s afdeling draagt bovendien iedereen een oortje waardoor gedurende de dag vragen worden gesteld. Het apparaatje reageert onder andere op knikken met het hoofd; het verandert de drager effectief in een ja-knikker. Tot overmaat van ramp kiest Mae als beloningsgeluiden een belletje (een Pavloviaanse verwijzing van het dikste hout), en haar eigen stem, die haar naam in haar oor fluistert.

Dus ja, ze zoekt naar bevestiging, ook in haar seksuele jongleeract. En Mae is niet de enige. Zelfs Francis, die in bed toch niet al te veel klaarspeelt, vraagt om een beoordeling (op een schaal van 0 tot 100) na elke voortijdig getorpedeerde poging tot lichamelijke intimiteit. Mae verkiest uiteindelijk de inadequate Francis boven Kalden, die haar wel bevrediging kan bieden maar die ouderwets onbereikbaar blijkt te zijn, zelfs met de beschikbare digitale middelen.

Merkwaardig genoeg zoekt Mae slechts halfslachtig naar de bevestiging van haar ouders, of van andere mensen buiten the Circle of de digitale wereld. Ex-vriend Mercer wil geen contact meer met haar, en het lijkt erop dat haar ouders haar aanwezigheid ook niet erg waarderen. Het kan Mae niet op andere gedachten brengen. Bailey’s indoctrinatie heeft haar meningloze hoofd gevuld. De mensheid staat op een keerpunt in de geschiedenis en de weg naar een stralende nieuwe toekomst wordt, volgens haar, bereid door the Circle.

Boek II begint niet veel beter. Superkapitalist Stenton is teruggekeerd van een duikexpeditie in de Marianentrog met enkele leden van de daar aangetroffen fauna (die de decompressie blijkbaar overleven). Op de campus zijn drie aquaria gebouwd. Een ervan huist een doorzichtige octopus, waarvan de afmetingen moeilijk zijn in te schatten. Als een blinde tast het beest voortdurend zijn omgeving af, nieuwsgierig naar alles wat er om hem heen gebeurt. In een tweede tank zwemmen doorschijnende zeepaardjes. De vader verstopt zich op de bodem van de glazen tank, zich schijnbaar onbewust van het feit dat hij overal zichtbaar is. Het laatste dier is een transparante haai, blind, en met een onverzadigbare honger. Hij verslindt prooidieren razendsnel en verwerkt ze in seconden tot uitwerpselen.

Inmiddels heeft Mae honderdduizenden volgers bij haar dagelijkse handelingen en is ze het luik geworden waardoor alle mensen bij the Circle naar binnen kunnen kijken. Haar status binnen het bedrijf is evenredig gestegen. Haar relatie met Annie wordt krampachtig, ook door het voortdurend aanwezige publiek. Mae kan er niet mee zitten, ze voelt zich juist een betere versie van zichzelf, door alle ogen die haar in de gaten houden.

De technologische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op. Er komt een systeem om de prestaties van alle leerlingen bij te houden, gekoppeld aan hun locatie (YouthRank), en een manier om alle historische beeldbestanden van familieleden op te zoeken (PastPerfect). Het moet ook mogelijk zijn alle mensen te volgen en aan te geven of ze wel thuishoren waar ze zich bevinden. Mensen met een strafblad kunnen direct gemarkeerd worden (SeeYou). In huis moeten bewegingssensoren kunnen detecteren of het gefilmde gedrag wel binnen de norm valt, of wellicht geweld impliceert. Een alarm waarschuwt dan direct de buurt. Dan komt Mae op het idee een aantal concepten te combineren en alle overheidsdiensten, van het betalen van boetes tot stemmen aan toe, te combineren onder een verplicht TruYou account voor alle burgers. Stenton ziet het plan direct zitten: zou Demoxie, want zo gaat het heten, een regering niet feitelijk overbodig maken?

Opnieuw is er weinig protest tegen de plannen. Sterker nog, de meeste mensen zijn voor. Een dronkenlap raaskalt iets over hoe alle mensen god zijn geworden, alziend en oordelend. Kalden weet op geheimzinnige wijze het waterdichte systeem van camera’s binnen the Circle te vermijden om in contact te komen met Mae zonder dat de wereld meekijkt. Hij maakt de vergelijking tussen de huidige situatie en de opkomst van Hitler en Stalin. Hij vraagt Mae in te grijpen op dit vergelijkbare kantelpunt in de geschiedenis. Ze moet zich bij de eerste gelegenheid met een groot publiek uitspreken tegen de nieuwste ontwikkelingen. Alleen door haar invloed kan het onheil worden afgewend. Mae legt het advies naast zich neer.

Intussen heeft Annie zich opgegeven als proefpersoon voor PastPerfect. De openbare reconstructie van haar familiegeschiedenis levert echter zeer ongewenste resultaten op, van slavenhandel in het verre verleden tot seksuele geheimen van haar ouders. Tot overmaat van ramp duiken beelden op van een beveiligingscamera waarop te zien is hoe een man verdrinkt onder de ogen van Annie’s ouders. Ze grijpen niet in. Annie’s gezondheid heeft erg te lijden onder deze beproeving. Ze begint te denken dat het misschien helemaal niet wenselijk is alles te weten. Mae meent Annie te kunnen helpen door haar familieproblemen te delen met haar hele publiek, Mae’s standaardoplossing voor alle problemen. Het werkt niet. Annie bezwijkt en raakt in een coma.

drone

De volgende technologische vooruitgang dient zich aan in de vorm van SoulSearch, een programma waarmee voortvluchtige criminelen wereldwijd binnen minuten moeten kunnen worden opgespoord. Ter demonstratie besluit Mae Mercer te zoeken, een uitdaging omdat hij is gevlucht naar het dunbevolkte noorden. Dankzij de hulp van een groot aantal Circle-gebruikers blijkt het een fluitje van een cent Mercer te vinden. Maar de zoektocht eindigt desastreus. Mercer probeert te ontsnappen in zijn auto, achtervolgd door de cameradrones van het hulpvaardige publiek. Ten einde raad rijdt Mercer van een brug af, de afgrond in. Ook deze gebeurtenis zet Mae niet aan het denken. Mercer was ongetwijfeld depressief, alleen in een boshut, de geboden vriendschap van duizenden afwijzend.

Er is geen tijd voor rouw, want Stenton en zijn diepzeemonsters vragen om aandacht. Het onvermijdelijke gebeurt: om de dieren beter te kunnen bestuderen in hun natuurlijke omgeving worden de inktvis en de zeepaardjes samen met de haai in een groot aquarium geplaatst. De uitkomst laat zich raden. In een oogwenk vreet de haai alle andere dieren op. Bailey is geschokt. Stenton is gefascineerd. De symboliek is zo subtiel als een gong.

De enige verrassing is de aanwezigheid van Circle oprichter Ty bij het spektakel. Tot grote verbazing van Mae blijkt dat Ty en Kalden dezelfde persoon zijn. Ty/Kalden weet met Mae af te spreken, buiten bereik van de camera’s. Hij waarschuwt voor het sluiten van de cirkel, de nabije toekomst waarin kinderen bij hun geboorte met een chip worden uitgerust, en vervolgens hun hele leven digitaal worden gevolgd. Hij legt uit dat zijn creatie niet meer in de hand te houden is, dat the Circle de haai is geworden die de wereld verslindt. Ty smeekt Mae een door hem geschreven verklaring voor te lezen voor haar volgers, ‘de Rechten van de Mens in het Digitale Tijdperk’. Zelf zal hij zijn kennis van het bedrijf gebruiken om het te gronde te richten. Mae weet wat haar te doen staat.

Wat dat is, blijkt in Boek III. Mae zit aan het bed van de comateuze Annie. Ze denkt terug aan hoe ze Ty’s snode plan verraadde aan Stenton en Bailey. Ze heeft haar plicht gedaan. Nu kan niets het sluiten van de cirkel meer in de weg staan. Het enige wat Mae nog dwars zit, is dat ze geen toegang heeft tot de gedachten en dromen van Annie, duidelijk zichtbaar op de ziekenhuismonitor. Er moet toch een manier zijn om daar verandering in te brengen.

 

De digitale ontwikkelingen in The Circle zijn inderdaad uiterst herkenbaar. Het verhaal zou zich zelfs op dit moment kunnen afspelen. In Nineteen Eighty-Four is ontsnapping aan het zicht van Big Brother lastig, maar niet onmogelijk. Binnenskamers zijn de telescreens alomtegenwoordig, schermen die niet alleen voortdurend staatspropaganda uitzenden, maar tegelijk ook als camera dienen. Het is niet mogelijk te weten wanneer er wordt gekeken, dus de burger dient zich, voor zijn eigen bestwil, altijd te gedragen alsof er op dat moment toezicht is: Mae voelt zich zelfs een beter mens dankzij de ogen van de massa. Dit idee van het panopticum, waar iedereen op ieder moment kan worden bekeken is natuurlijk ook duidelijk aanwezig in The Circle. Effectief toezicht is een bestaansvoorwaarde voor elke gevangenis. Wat Orwell niet had kunnen vermoeden is dat tegenwoordig vrijwel iedereen (op het noordelijk halfrond) een computer met webcam in huis heeft, en dat slechts weinigen de deur uitgaan zonder een smartphone met camera en GPS-zender op zak, geheel uit vrije wil. Dankzij social media filmen of fotograferen mensen zichzelf en anderen voortdurend.

Maar surveillance veronderstelt ook straf. De burger of gevangene onder toezicht moet weten en vrezen dat elke afwijking van de norm wordt bestraft. Dit gebeurt in Nineteen Eighty-Four, waar de staat dissidenten laat verdwijnen. De plotselinge dood van Mercer in The Circle wordt niet eens indirect veroorzaakt door Mae en haar bedrijf, het is zijn eigen keuze. Waarom kiest Mercer voor zelfmoord? Hij had ook kunnen zwaaien naar de camera’s, om terug te keren naar zijn huisje in de bossen en een leven zonder gebruik van social media. Hij had kunnen kiezen voor vrijwillige excommunicatie in de meest letterlijke zin des woords. Er staat geen straf op het willen ontwijken van digitale communicatie met andere mensen. Eggers hint slechts kort naar een norm waar aan moet worden voldaan, met het programma dat binnenshuis bewegingen registreert die zouden kunnen duiden op fysiek geweld. Registreren sensoren een dergelijke beweging, gaat er een alarm af. Dat zou het begin kunnen zijn van een groter normenpakket waar de burger zich aan dient te houden, maar het blijft bij deze suggestie.

bigbrother

Surveillance veronderstelt bovendien een supervisor. Als alle mensen elkaar in de gaten houden is de centrale opzichter waarschijnlijk het bedrijf the Circle, waar alle informatie binnenkomt. Maar wat doet het bedrijf met deze gegevens als het geen gedragsregels oplegt en niet straft? The Circle is geen instrument van de staat. Stenton suggereert zelfs dat dankzij Demoxie Washington uiteindelijk niet meer nodig zal zijn. Alle burgers worden gedwongen direct hun stem uit te brengen. Democratie is niet langer een recht, maar een plicht. Democracy is mandatory here! Het eindresultaat zou de heerschappij van de massa zijn, een ochlocratie. Dat is vermoedelijk een stap terug, maar het is nog geen totalitaire staat, zoals Orwell’s Airstrip One. Is Stenton de charismatische populist die de kritiekloze massa zijn wil oplegt en de dictator van de V.S. wordt? Wordt Stenton Big Brother? Er is slechts weinig in het boek dat dit suggereert.

Naast de plotselinge zelfmoord van Mercer kent het verhaal andere grote en kleinere onduidelijkheden. Natuurlijk kunnen mensen bezwijken onder stress, maar hoe geloofwaardig is de comateuze toestand waarin Annie terecht komt tijdens haar PastPerfect onderzoek? Waarom zijn de beelden van de beveiligingscamera waarop het incident staat met Annie’s ouders en de verdrinkende man nooit eerder bekeken? Is dat niet de eerste stap in elk onderzoek? Op grotere schaal zijn de gebeurtenissen niet minder ongeloofwaardig. Het zogenaamde sluiten van de cirkel lukt in erg korte tijd. Is dat mogelijk in een land als de V.S.? Zou niet alleen de bureaucratische rompslomp jaren tijd kosten? Daarbij is er nauwelijks politieke tegenstand. Het protest van een senator wordt de mond gesnoerd dankzij ‘belastende zaken’, aangetroffen op haar computer. Er wordt gesuggereerd dat deze praktijken veel vaker plaatsvinden. Hoe is dat mogelijk met een verplicht persoonsgebonden internetaccount, en als een groot deel van de politici volledig transparant is geworden? Deze gebeurtenissen kunnen niet naast elkaar plaatsvinden.

De belangrijkste vraag waar de lezer mee blijft zitten is echter: waar heeft Ty Mae eigenlijk voor nodig? Het gaat ogenschijnlijk om haar grote aantal volgers, maar dat zou een klein probleem moeten zijn voor computergenie, oprichter van the Circle en cultheld Ty. Waarom verzamelt hij zelf geen volgers om zijn boodschap te openbaren? Waarom brengt hij, als hij die macht heeft, het bedrijf niet ten val zonder de hulp van Mae?

Met name na de lekkage van duizenden NSA documenten door Edward Snowden in 2013 zijn mensen zich bewust geworden van het gevaar van digitale gegevensopslag. De gecombineerde data over ons individuele gedrag kan, volgens geheime diensten, gebruikt worden ter vergroting van de staatsveiligheid. Dezelfde gegevens kunnen ook verhandeld worden voor de commerciële waarde die ze bezitten. Bedrijven zijn geïnteresseerd in ons, nu nog anonieme, internetgedrag. De strijd tussen privacy (eigenheid) en veiligheid is een belangrijke moderne kwestie. Vooral sinds de aanslagen in de V.S. van 2001 en de daaropvolgende USA PATRIOT Act (Uniting and Strengthening America by Providing Appropriate Tools Required to Intercept and Obstruct Terrorism Act of 2001, een acroniem waarvan de anti propagandistische Orwell zich zou omdraaien in zijn graf) heeft de Amerikaanse overheid gebruik gemaakt van de heersende angst om meer bevoegdheden te krijgen, en de privacy te beperken. Protest heeft weinig zin. De naam Patriot Act alleen al impliceert dat eenieder die kritiek uit niet vaderlandslievend genoeg is, en mogelijk verdacht. Maar in Eggers’ boek, ook uit 2013, spelen de geheime diensten geen enkele rol.

Zijn wij dan zelf de wachters en de gevangenen in het panopticum? Een goed punt dat Eggers maakt is dat mensen niet gelukkiger worden van veel digitale vriendschappen, we blijven behoefte houden aan echt sociaal contact. Veel van de technologische ontwikkelingen in The Circle zijn nu al gaande. De explosieve toename van het gebruik van social media, grotere opslagcapaciteit en weinig bescherming van onze eigenheid zijn herkenbare verschijnselen. Een grotere afhankelijkheid van technologie en een afname van menselijk contact is dat ook. Het valt niet uit te sluiten dat een internetgigant het absolute monopolie op digitale informatie in handen krijgt, en de mensheid een tijdperk van commercieel dictatorschap tegemoet gaat. In dat geval zou de vergelijking tussen The Circle en Nineteen Eighty-Four minder terecht zijn dan die met Aldous Huxley’s Brave New World. Maar ook die vergelijking loopt mank, want The Circle is geen dystopie die zich afspeelt in een totalitaire samenleving, het is het voorportaal van die samenleving. Het beschrijft de ontwikkelingen die kunnen leiden tot de ergst denkbare consequenties. Wat die consequenties zijn en hoe ze tot stand komen vertelt het verhaal niet. Ondanks de vele plotgaten, de leeghoofdige hoofdpersoon, de eendimensionale karakters en de uiterst hardhandige symboliek nodigt Eggers uit tot denken en discussie. Nee, zeedieren die vanaf de bodem van de Marianentrog naar de oppervlakte worden gehaald overleven de decompressie vermoedelijk niet. Maar, ook al zijn er elegantere metaforen denkbaar, misschien moeten we toch op onze hoede zijn voor de haai die de wereld verslindt.